 |
eTwinning-projecten: actualisering door Santi Scimeca |
 |
Het eerste jaar van eTwinning zit erop. Scholen zijn over grenzen heen partnerschappen aangegaan om leerkrachten en leerlingen een transnationale ervaring te geven met gebruik van Informatie- en Communicatietechnologie (ICT). Er zijn dit jaar veel projecten uitgevoerd, maar ook zijn er veel scholen die er niet in geslaagd zijn een partnerschool te vinden.
Santi Scimeca, portaalmanager van eTwinning, verklaart barrières en oplossingen voor het aangaan van eTwinning-partnerschappen en geeft ook een overzicht van de kenmerken van eTwinning-projecten. |
 |
Hoe gaat het met eTwinning? Heel goed. Bijna 12.600 scholen uit heel Europa hebben zich ingeschreven en er zijn vandaag 1148 projecten die geregistreerd en goedgekeurd zijn, en nog veel meer die op dit moment beoordeeld worden.
De meeste projecten gebruiken Engels als communicatietaal, om precies te zijn 852 stuks, wat niet verbazend is, aangezien Engels de taal is die in Europa het meest gestudeerd wordt. Duits wordt als communicatietaal in 127 projecten gebruikt, Frans in 112 projecten, Spaans in 83 en Italiaans in 60 projecten.
Het beeld is meer gelijkmatig als het gaat om de belangrijkse thema’s voor samenwerking. Het meest populaire thema is vreemde talen (281, maar projecten die zich richten op verschillende vakken komen daar vlak achteraan: projecten die over vakkenpakketten heen gaan hebben een aantal van 241. Projecten over geschiedenis en tradities en maatschappijleer komen ook veel voor: resp. 198 en 146 projecten. Gezien de aard van de actie is het interessant dat ICT-projecten pas op de vijfde plaats komen met 146 stuks.
De meeste projecten zijn natuurlijk geregistreerd door scholen uit grote landen: Polen (214), Italië (203), Frankrijk (147) en Spanje (129), en dat komt natuurlijk door het grote aantal scholen uit deze landen dat meedoet.
Toch kan het aantal geregistreerde scholen en partnerschappen nog wel omhoog. Op dit moment doet een totaal aantal scholen van 2458 mee in officieel geregistreerde eTwinning-projecten, wat bijna 20 procent is van alle geregistreerde scholen. Dit betekent dat er al veel scholen aan een project werken, maar ook dat er nog steeds veel scholen zijn die een partner zoeken of om de een of andere reden besloten hebben nog even te wachten met het vormen van een partnerschap.
Wat zou de reden kunnen zijn voor het bescheiden aantal eTwinning-partnerschappen vergeleken bij het aantal geregistreerde scholen?
Zoals wij ertegenaan kijken, zijn er verschillende redenen. Het zou kunnen zijn dat het moeilijk is een goede en betrouwbare partner te vinden. Veel leerkrachten melden dat zij in contact proberen te komen met andere scholen, maar dat die nooit antwoord geven op hun berichtjes. In het eerste jaar heeft meer dan een derde van de voor de actie geregistreerde scholen zich nooit op het eTwinning-Bureaublad aangemeld, en lezen bovendien kennelijk hun e-mail niet. Zo kunnen ze natuurlijk moeilijk ontdekken dat iemand heeft geprobeerd met hen in contact te komen.
Een tweede reden zou kunnen zijn dat leerkrachten het moeilijk vinden een project te bedenken, bijvoorbeeld omdat ze niet weten hoe dat eruit zou moeten zien.
Wat zou kunnen helpen bij het opzetten van partnerschappen?
Wat problemen bij het vinden van goede en betrouwbare partners betreft, kan een school het beste contact zoeken met een school die het eTwinning-Bureaublad actief gebruikt. Om dit aan te geven hebben we een notatiesysteem geïntroduceerd dat gebaseerd is op sterren. Scholen staan in de TwinFinder (het hulpmiddel om partners te zoeken dat beschikbaar is op het Bureaublad nadat u aangemeld bent), gerangschikt naar activiteitsniveau op het portaal. Hoe meer sterren, des te actiever de school (dit is gebaseerd op aantal en frequentie van aanmeldingen en andere objectieve indicatoren). Als u contact opneemt met een school die veel sterren heeft, moet dat een vlotte en positieve reactie garanderen.
Het tweede probleem, de moeilijkheid om een project te bedenken, kan opgelost worden door een project te kiezen dat gebaseerd is op een getest, kant-en-klaar pakket, dat u op het portaal kunt vinden. Deze pakketten bieden eenvoudige, snelle en stapsgewijze suggesties voor het opzetten en uitvoeren van een eTwinning-project. Leerkrachten kunnen zich ook laten inspireren door projecten die als praktijkvoorbeelden in de eTwinning-Galerie.
Kunt u ons het hele proces van projectregistratie nog eens uitleggen?
Alles gebeurt op het eTwinning-Bureaublad. Leerkrachten melden zich aan op het portaal en zoeken een partnerschool, die vervolgens op de lijst van MijnKandidaten gezet moet worden. Als de scholen het eens zijn geworden over de bijzonderheden van het project (via berichtjes, chatsessies en e-mail), klikt een van de twee leerkrachten op het icoon ‘Partnerschap registreren’ dat hij/zij aantreft op de MijnKandidaten-pagina. Daarna beschrijft hij/zij het project op een formulier (wat eenvoudige vragen over wat zij van plan zijn). Als dit klaar is, moet de andere school zich aanmelden en het project goedkeuren (dit is vooral bedoeld om misverstanden te vermijden). Op dit moment kan de Nationale Ondersteuningsdienst ten slotte het project beoordelen en goedkeuren.
Wat gebeurt er als een project geregistreerd is?
Als een project geregistreerd is, gebeuren er vier dingen:
- De scholen krijgen het eTwinning-Label, waarmee het project officieel gecertificeerd is als eTwinning-project.
- De scholen krijgen een TwinSpace, die een virtuele werkruimte op het eTwinning-portaal is en die alleen beschikbaar is voor de partners in het project. De scholen mogen die gebruiken, maar dat hoeft niet: het is geen verplichting om een eTwinning-project uit te voeren.
- Het project is zichtbaar op de eTwinning-Landkaart.
- Het project kan uitgekozen worden voor de galerie van praktijkvoorbeelden.
Tijdens de duur van het project kunnen scholen de activiteiten volgen via de Progressiekaart. De kaart is te bereiken via het Bureaublad en ook toegankelijk voor de Nationale Ondersteuningsdiensten om daar commentaar op op te nemen en pedagogisch adives te geven. Welke nieuwe ontwikkelingen zijn voor het portaal gepland om het aantal projecten te vergroten?
Wij weten dat het vinden van een partner nog altijd het belangrijkste probleem is. Over een paar weken zullen wij het Trefpuntforum verbeteren door het op te nemen op het Bureaublad en het te verbindnen met de eTwinning-communicatiehulpmiddelen. Het forum zoals het er nu uitziet, laat te veel berichten zien, met het risico van ‘ruispoductie’.
Bovendien gaan we met alle scholen zonder project via e-mail contact opnemen om hulp aan te bieden en te proberen erachter te komen wat bij hen problemen veroorzaakt in hun eTwinning-ervaringen.
 |
Webredacteur: |
Anne Schultz Pinstrup |
 |
 |
 |
 |
Gepubliceeerd : |
Thursday, 23 Feb 2006 |
 |
 |
 |
 |
Laatst gewijzigd : |
Tuesday, 14 Mar 2006 |
 |
 |
 |
|